Cataract
Voor in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate men ouder wordt, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt staar of cataract genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daarmee te maken. Maar niet iedereen heeft er echt last van.
Er zijn verschillende vormen van staar:
- aangeboren staar;
- staar ontstaan door ziekte of beschadiging van het oog;
- ouderdomsstaar (of seniel cataract).
De meest voorkomende staar is ouderdomsstaar. Om erachter te komen of er inderdaad sprake is van ouderdomsstaar, bekijkt de oogarts de ogen met de spleetlamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht, waarmee de oogarts het voorste deel van het oog kan bekijken. Daar bevindt zich de ooglens. De oogarts kan met het licht zien of er vertroebelingen zijn in de ooglens en zo ja, hoe ver die staar zich al heeft ontwikkeld. Daarnaast onderzoekt de oogarts hoeveel iemand nog kan zien en of de ogen verder gezond zijn.
Als u nog genoeg ziet om zonder problemen uw dagelijkse werk en hobby's te kunnen doen, hoeft u zich (nog) niet te laten behandelen. Een operatie is dan niet direct noodzakelijk. Het is echter wel realistisch om rekening te houden met een staaroperatie in de toekomst. Staar wordt nooit minder; het gezichtsvermogen gaat langzaam maar zeker achteruit. Ouderdomsstaar is goed te behandelen. Een staaroperatie kan het gezichtsvermogen vrijwel volledig herstellen. Bij deze operatie haalt de oogarts de troebele lens uit het oog en vervangt deze door een kunstlensje. Staaroperaties worden heel regelmatig uitgevoerd.
Ga naar boven